Veilig ETP

Stichting Veilig ETP Midden Drenthe

Antwoorden van de gemeente Midden Drenthe op de vragen van de bijeenkomst omwonenden van 22 december 2014

UPDATE 16 januari 2015 – Op verzoek van de gemeente: juiste bijlage toegevoegd bij de vraag: “Wie bepaald de norm ? ”

10 januari 2015 – Via de contactpersoon van de omwonenden ontvingen wij de antwoorden van de gemeente op de openstaande vragen van de bijeenkomst op 22 december 2014

Beantwoording vragen naar aanleiding van de bijeenkomst met de omwonenden op 22 december 2014

  • Hoeveel mag Noblesse stinken?

In de oprichtingsvergunning is vastgelegd wat de geurbelasting van Noblesse op de omgeving mag zijn. In de voorschriften 8.2.1 en 8.2.2 uit de oprichtingsvergunning zijn de doelvoorschriften opgenomen met daarin de geurnormen waar Noblesse aan moet voldoen. Deze normen blijven ook met het verlenen van de veranderingsvergunning (verandering op de oprichtingsvergunning) ongewijzigd.

8.2. Doelvoorschriften (oprichtingsvergunning)

8.2.1. De geurimmissie veroorzaakt door de inrichting mag ter plaatse van aaneengesloten

Woonbebouwing* bij voorkeur de streefwaarde van 0,5 Oudourunit per kubieke meter maar in

ieder geval de 0,8 Odourunit per kubieke meter (= 0,8 ouE/m3), bepaald als uurgemiddelde

concentratie, niet meer dan 2 procent van de tijd (98 percentiel) overschrijden.

8.2.2. De geurimmissie veroorzaakt door de inrichting mag ter plaatse van verspreid liggende

Woonbebouwing* de 0,5 Odourunit per kubieke meter (= 0,5 ouE/m3), bepaald als

uurgemiddelde concentratie, niet meer dan 5 procent van de tijd (95 percentiel) overschrijden.

*Aaneengesloten-/ verspreid liggende woonbebouwing

Op basis van jurisprudentie worden met betrekking tot bovenstaande termen van het volgende uitgegaan: Door de regel worden woningen binnen de bebouwde kom gezien als aaneengesloten woonbebouwing en het buitengebied wordt vaak gezien als verspreid liggend. Een lint kan in sommige gevallen, als de woningen dichtbij elkaar staan, ook gezien worden als aaneengesloten.

  • Wie bepaalt de norm?

Deze ligt vast in de vergunning. Die is destijds afgegeven door de provincie, inmiddels is de gemeente het bevoegd gezag.

De geurnorm wordt vastgelegd met behulp van landelijke toetsingskaders en richtlijnen. Het bevoegd gezag bepaalt uiteindelijk wat in de vergunning wordt vastgelegd (na toetsing aan de kaders en richtlijnen). Zie ook hoofdstuk 11 van de oprichtingsvergunning:

11. GEUR
11.1. Toetsingskader
Het in de NeR omschreven algemeen uitgangspunt van het geurbeleid is het zoveel mogelijk beperken
van geurhinder en het voorkomen van nieuwe hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen
van de BBT de kern van het nationale geurbeleid. In het landelijke geurbeleid is vastgelegd
dat wij de uiteindelijke afweging maken, waarbij wij rekening houden met alle relevante belangen om
tot een duurzame kwaliteit van de leefomgeving te komen.
Het geurbeleid bestaat uit de volgende uitgangspunten:
– als er geen hinder of kans op hinder is, zijn maatregelen niet nodig;
– als er wel hinder of kans op hinder is, worden maatregelen op basis van de BBT afgeleid;
– voor bepaalde branches is een toetsingskader voor geurhinder in een bijzondere regeling van de
NeR opgenomen;
– de mate van hinder die nog acceptabel is, wordt vastgesteld door het bevoegd gezag.
Voor het bepalen van het acceptabele hinderniveau geeft de NeR de hindersystematiek. Met behulp
hiervan kan een situatie met (potentiële) geuroverlast worden beoordeeld. Toepassen van de hindersystematiek
leidt tot een specifieke afweging voor een individuele situatie of tot het toepassen van een
bijzondere regeling.
In Drenthe is de hindersystematiek voor individuele situaties, op basis van de relatie tussen de hedonische
waarde en daarbij behorende geurconcentratie, nader uitgewerkt. De hedonische waarde is
een kwalificatie voor de (on)aangenaamheid van een geur met een schaal van -4 (uiterst onaangenaam)
tot +4 (uiterst aangenaam).
Voor het bepalen van een acceptabel hinderniveau wordt gebruikgemaakt van de geurconcentraties,
behorende bij de volgende hedonische waarden:
– 0 (neutraal)
– -0,5 (noch aangenaam/noch onaangenaam tot enigszins onaangenaam)
– -1 (enigszins onaangenaam)
– -2 (onaangenaam)
Voor geurgevoelige bestemmingen wordt een toetsingskader gehanteerd waarbij de geurconcentratie
behorende bij de aangegeven hedonische waarde dient als respectievelijk streef-, richt- en grenswaarde.
Bij aaneengesloten woonbebouwing moet hieraan gedurende 98% van de tijd worden voldaan
(98-percentiel) en bij verspreid liggende woonbebouwing gedurende 95% van de tijd
(95-percentiel). Toetsingskader ter bepaling acceptabel hinderniveau op basis van hedonische waarde
Bestaande situatie:
geurconcentratie als 95-/98-
percentiel behorende bij hedonische
waarde
Nieuwe situatie:
geurconcentratie als 95-/98-
percentiel behorende bij hedonische
waarde
Streefwaarde -0,5 0
Richtwaarde -1 -0,5
Grenswaarde -2 -1
Op basis van de lokale situatie, waarin onder meer planologische, sociaal-economische en bedrijfseconomische
aspecten een rol spelen, wordt een acceptabel hinderniveau vastgesteld. De mogelijkheid
tot het nemen van geurreducerende maatregelen, die voldoen aan BBT, wordt hierin meegewogen.
In bestaande situaties spelen bovendien de hinderbeleving in de omgeving en een eventueel
aanwezig klachtenpatroon een rol.
11.2. Geurbronnen
Bij Noblesse is een aantal geurbronnen te onderscheiden:
– ruimtelucht ontvangsthal
– ruimtelucht proceshal
– proceslucht
De ruimtelucht van de ontvangsthal en de proceshal wordt afgezogen met een debiet van
60.000 m3
/uur. Uit het bij de aanvraag gevoegde geuronderzoek blijkt uit metingen bij een vergelijkbaar
bedrijf dat met deze lucht een hoeveelheid geur van 390 miljoen odourunits per uur (MouE/h) vrijkomt.

De in het proces vrijkomende lucht wordt afgezogen; hiermee komt een hoeveelheid geur van
75.000 MouE/h vrij ingeval er één zogenaamde verenlijn in productie is en 98.000 MouE/h ingeval twee
verenlijnen in productie zijn.
11.3. Getroffen maatregelen
De afgezogen ruimtelucht wordt behandeld in een biofilter. Op basis van ervaringen met biofilters
elders kan worden aangenomen dat het biofilter ten minste een verwijderingsrendement heeft van
85% voor de in de ruimtelucht aanwezige geur. Vanuit het biofilter wordt op een hoogte van 2 m
daarom een hoeveelheid geur van 60 MouE/h geëmitteerd.
De afgezogen drooglucht wordt behandeld in een wastoren waar het achtereenvolgens met een zuur-,
loog- en hypochlorietoplossing wordt gewassen. Dit levert een geurverwijderingsrendement op van
tenminste 85%.
De hete proceslucht van de CAT 3-lijn wordt eerst langs een condensor geleid om de condensatieenergie
terug te winnen. De niet-condenseerbare geurcomponenten in de resterende luchtstroom, de
zogenaamde non-condensables worden thermisch behandeld in de vuurhaard van één van de drogers
(de drumdroger van de verenlijn), waarmee 99% van de geur uit de luchtstroom wordt verwijderd.
Deze lucht wordt vervolgens nog nabehandeld in de wastoren. Conservatieve aanname daarbij is dat
de gaswasser op deze luchtstroom geen aanvullend geurverwijderend effect heeft. Alle in de wastoren
behandelde lucht wordt uiteindelijk geëmitteerd op een hoogte van 40 m. De geëmitteerde geurvracht bedraagt 1.590 MouE/h ingeval er één verenlijn in productie is en
2.240 MouE/h ingeval twee verenlijnen in productie zijn.
Afgezien van de thermische behandeling in de vuurhaard zijn de gehanteerde rendementen voor de
gaswasser en het biofilter conservatief. Op basis van gegevens uit de literatuur zijn met wastorens
respectievelijk een biofilter verwijderingsrendementen van 95% haalbaar.
De aard van de geur die na behandeling met het biofilter of met de wastoren, in combinatie met de
droger, wordt geëmitteerd, uitgedrukt in ouE/m
3
bij de aangegeven hedonische waarde, is weergegeven
in onderstaande tabel.
Geurconcentratie behorende bij de verschillende hedonische waarden
Geurconcentratie (ouE/m3
Bron ) behorende bij een hedonische waarde van:
0 -0,5 -1 -2
Wastoren 0,5 1,2 2,9 17
Biofilter 0,5 1,2 2,3 9,1
11.4. Verspreiding geuremissie
Met de aangegeven geuremissies zijn verspreidingsberekeningen uitgevoerd met Pluim Plus, overeenkomstig
het Nieuw Nationaal Model (NNM). De resultaten van deze berekeningen zijn weergegeven
in het bij de aanvraag behorende geurrapport.
Uit deze resultaten blijkt dat met twee verenlijnen in productie, met de getroffen voorzieningen functionerend
bij een aangenomen conservatief rendement, ter plaatse van aaneengesloten woonbebouwing
voldaan kan worden aan een geurimmissieconcentratie van 1,2 ouE/m3
als 98-percentiel. Indien voor
de getroffen voorzieningen wordt uitgegaan van een meer gangbaar rendement – te weten een rendement
van 95% op de drooglucht en 30% op de non-condensables – kan, ter plaatse van aaneengesloten
woonbebouwing, worden voldaan aan een geurimmissieconcentratie van 0,6 ouE/m3
als 98-
percentiel.
Met één verenlijn in productie kan, uitgaande van een conservatief rendement van de getroffen voorzieningen,
ter plaatse van aaneengesloten woonbebouwing, worden voldaan aan een geurimmissieconcentratie
van 0,8 ouE/m3
als 98-percentiel. Uitgaande van een meer gangbaar verwijderingsrendement
kan worden voldaan aan 0,5 ouE/m3
als 98-percentiel.
Ter plaatse van verspreid liggende woonbebouwing bedraagt de maximale geurimmissieconcentratie
0,5 ouE/m3
als 95-percentiel.
11.5. Beoordeling van de geursituatie
Gezien de aard van het binnen de inrichting te verwerken materiaal moet voorkomen worden dat lucht
uit het proces of de geurrelevante ruimtes zich kan verspreiden in de omgeving. Hieraan wordt invulling
gegeven door het afzuigen van de proces- en ruimtelucht. Met het bij de aanvraag gevoegde
geurrapport, dat is opgesteld op basis van metingen bij eenzelfde proces als dat door Noblesse gaat
worden gebruikt, wordt een reëel beeld geschetst van de geuremissie die zal gaan optreden. De afgezogen ruimtelucht wordt behandeld door middel van biofiltratie en de proceslucht wordt
behandeld door middel van verbranding en behandeling in een gaswasser. In een voorzichtigheidshalve
conservatieve benadering wordt uitgegaan van een geurverwijderingsrendement van 85% voor
biofiltratie, 99% voor verbranding en 85% voor de gaswasser. Hierbij wordt er voor de noncondensables
van uit gegaan dat deze na verbranding niet nog aanvullend in de gaswasser worden
verwijderd. Op basis van referenties kan worden uitgegaan van hogere rendementen, maar er moet
nog aangetoond worden of in deze situatie hier aan kan worden voldaan.
Met de getroffen maatregelen wordt BBT toegepast om de emissie van geur zoveel mogelijk te voorkomen.
Gezien de hoeveelheid geur die na behandeling in de proceslucht resteert, wordt deze op 40
m hoogte geëmitteerd om hinder in de omgeving van het bedrijf zoveel mogelijk te voorkomen. De
hoogte van de schoorsteen van 40 m is tevens de maximumhoogte die het vigerende bestemmingsplan
toestaat.
Op basis van het geschetste toetsingskader en de gerapporteerde hedonische waarde van de geur,
kan worden vastgesteld dat voor de door de inrichting te emitteren geur een streefwaarde geldt van
0,5 ouE/m3
en een richtwaarde van 1,2 ouE/m3
.
Met de getroffen maatregelen kan bij verspreid liggende woningen worden voldaan aan de streefwaarde.
Het beschermingsregime dat van toepassing is op verspreidliggende woonbebouwing is ook
van toepassing op recreatieve verblijfplaatsen. Ten aanzien van aaneengesloten woonbebouwing kan
met één verenlijn in productie aan de streefwaarde worden voldaan, indien wordt uitgegaan van op
basis van referenties als gangbaar te beschouwen rendementen voor de toegepaste voorzieningen.
Uitgaande van een conservatief rendement kan worden voldaan aan een waarde die ligt tussen de
streef- en de richtwaarde (0,8 ouE/m3
als 98-percentiel). Indien twee verenlijnen in productie zijn, kan,
uitgaande van een conservatief rendement, worden voldaan aan de richtwaarde. Indien wordt uitgegaan
van meer als gangbaar te beschouwen rendementen wordt nagenoeg voldaan aan de streefwaarde
(0,6 ouE/m3
als 98-percentiel).
Ter beperking van de geuremissie wordt BBT toegepast. Met toepassing van BBT en met twee verenlijnen
in productie kan, uitgaande van gangbare rendementen, ter plaatse van de aaneengesloten
woonbebouwing worden voldaan aan een geurimissie die ligt tussen de streefwaarde en de richtwaarde.
Wij zijn van mening dat daarmee een acceptabel hinderniveau van maximaal 0,8 ouE/m3
als 98-
percentiel wordt gerealiseerd.
Noblesse kan de inrichting starten met één verenlijn, overeenkomstig de gegevens in de aanvraag.
Voordat de tweede verenlijn in productie kan worden genomen, moet eerst worden vastgesteld wat de
werkelijke geuremissie van het in productie genomen proces is. Daarna moet worden vastgesteld welke
reductie met de voorgeschreven maatregelen kan worden bereikt. Op basis van de gemeten gegevens
moet worden berekend wat de geuremissie van de inrichting met twee verenlijnen in productie
zal zijn.
Wij zijn echter ook van mening dat van het bedrijf een aanzienlijke inspanning mag worden verwacht
om met de getroffen geuremissiebeperkende maatregelen een zo hoog mogelijk verwijderingsrendement
te behalen. Daarom moet worden onderzocht of en op welke wijze met twee verenlijnen in productie
kan worden voldaan aan de streefwaarde van 0,5 ouE/m3
als 98-percentiel ter plaatse van aaneengesloten
woonbebouwing. Indien niet aan de streefwaarde kan worden voldaan, dient te worden
aangegeven aan welke geurimmissieconcentratie ter plaatse van aaneengesloten woonbebouwing
met het toepassen van BBT redelijkerwijs kan worden voldaan; dit ter beoordeling van het bevoegde
gezag. De geurimmissieconcentratie ter plaatse van aaneengesloten woonbebouwing mag echter
nooit meer bedragen dan 0,8 ouE/m3
als 98-percentiel. De geur die afkomstig is van Attero, is afwijkend van de geur die Noblesse zal gaan verspreiden. Er
zal daarom geen sprake zijn van cumulatie van geur.
11.6. Conclusie
Met de met de aanvraag overgelegde gegevens wordt een goed beeld gegeven van de geuremissie
en -immissie van de inrichting. Met de getroffen maatregelen wordt in de omgeving van het bedrijf een
acceptabel hinderniveau gerealiseerd. Wel moet nog worden onderzocht of ook met twee verenlijnen
in productie ter plaatse van aaneengesloten woonbebouwing kan worden voldaan aan de streefwaarde
van 0,5 ouE/m3
als 98-percentiel.
Uit oogpunt van geur zien wij geen belemmeringen de gevraagde vergunning te verlenen.

 

  • Heeft Noblesse een storingslogboek bijgehouden?

Ja, het bedrijf maakt verslagen, waarin bijzonderheden, zoals storingen, worden vermeld.

  • Er mag alleen een geurmeting worden uitgevoerd indien normale productie wordt gedraaid, en niet tijdens storingen. Juist tijdens de storingen stinkt Noblesse ! Het bedrijf heeft zo’n beetje 80 procent van de tijd storing! Er zou juist moeten worden gemeten tijdens de vele storingen in hun productie proces, wat gaat de gemeente hieraan doen ?

Er staat nergens vermeld dat tijdens storingen niet gemeten mag worden. Geurmetingen vinden onaangekondigd plaats en dienen altijd onder representatieve bedrijfsomstandigheden uitgevoerd te worden om als geldig bewijs gebruikt te kunnen worden. Het is best mogelijk dat zich tijdens een geurmeting een storing voordoet. De geurmetingen worden door het adviesbureau ingepland. Het vooraf plannen op eventuele storingen is onmogelijk. Door het plaatsen van e-noses wordt 100% van de tijd gemeten, daarmee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het krijgen van een compleet geurbeeld.

Vragen die al schriftelijk of mondeling beantwoord zijn aan omwonenden en/of de stichting Veilig ETP

  • Hoe kan het dat de norm verhoogd is, terwijl er geluidsoverlast is en waarom gaat het College daar in eerste instantie zo maar mee akkoord ?

Het is de gemeente niet bekend dat er sprake is van geluidsoverlast. Er is één keer een geluidsklacht geweest over de aggregaat. Na aanpassing van de installatie zijn er bij ons geen geluidsklachten meer binnen gekomen m.b.t. Noblesse.

De geluidvoorschriften in de oprichtingsvergunning zijn gebaseerd op een prognose-onderzoeksrapport. Uit geluidmetingen blijkt dat de werkelijke geluidproductie van enkele vast opgestelde installaties niet overeenkomt met de gegevens van de leveranciers die bij het prognose-onderzoek zijn gebruikt. Het blijkt dat de installaties meer geluid maken dan verwacht. Juridisch houdt dat in dat de installatie/activiteit vergund is maar de geluidsvoorschriften niet toereikend zijn. Aangezien deze installaties voldoen aan de BBT (best beschikbare technieken) en de werkelijke geluidsproductie van het bedrijf past binnen de geluidszone rond het industrieterrein is er voor de gemeente geen basis om niet akkoord te gaan met de gevraagde aanpassing van de geluidsvoorschriften aan de werkelijke geluidsproductie.

  • Wat is wel een juridisch verantwoorde geurmeting?

De metingen worden door geaccrediteerde bedrijven uitgevoerd en vormen een juridisch middel voor het toetsen aan de geurvoorschriften. De metingen bij Noblesse vinden altijd onaangekondigd plaats en moeten onder representatieve bedrijfsomstandigheden worden uitgevoerd. Uit de productiegegevens rondom de meetdagen blijkt dat tijdens de metingen de gebruikelijke hoeveelheid  slachtafval werd  verwerkt. Daarnaast werd ook de normale hoeveelheid chemicaliën om de geur te verwijderen gebruikt.

  • Kan technische innovatie verplicht gesteld worden

De vergunning is gebaseerd op de Best Beschikbare Techniek (op het moment van vergunningaanvraag) Verdere innovatie kan niet afgedwongen worden, maar is wel nadrukkelijk onderwerp van gesprek en zal ook meegenomen worden in de gesprekken tussen de gemeente, de stichting Veilig ETP en Noblesse.

  • Kan de GGD niet zelf het initiatief nemen naar onderzoek bij bijv. chloorlucht? GGD Drenthe geeft zelf aan op haar website dat men eigen initiatief kan tonen, dus waarom doen zij dit in dit geval niet ?

De GGD heeft in overleg en in afstemming met omwonenden een onderzoeksvoorstel opgesteld. Voordat het college hier een besluit over zou nemen, hebben wij dit nog één keer voorgelegd aan de Stichting Veilig ETP. Zij gaven toen aan dat zij zich absoluut niet konden vinden in het voorstel. Er was een afspraak gepland  met de stichting, de GGD en de gemeente om het voorstel te bespreken. Voordat deze afspraak plaatsvond, heeft de stichting het overleg met de gemeente opgeschort. Aangezien de GGD als adviseur van de gemeente optreedt, waren gesprekken tussen de stichting en de GGD ook niet meer aan de orde. Bovendien waren wij op een moment in het proces aangekomen dat er ook weer een rol voor de gemeente was weggelegd, omdat er een onderzoeksvoorstel lag met een offerte.

Het onderzoek wordt weer opgepakt op voorwaarde dat wij het eens zijn over de uitgangspunten. Vooruitlopend daarop zullen wij contact opnemen met de GGD en bovenstaande vraag voorleggen

  • U wilt in gesprek terwijl u juridisch niets heeft, welke uitgangspunten kunt u ons geven om Noblesse wel zo ver te krijgen om het stankprobleem op te lossen?

Burgemeester Baas heeft tijdens de avond aangegeven in te zetten om méér dan voldoen aan de norm. Als hij daar met de lokale directie niet uitkomt, kaart hij dit aan bij de aandeelhouders.

 

  • Antwoord op de zienswijzen die zijn ingediend? Wanneer komen die?

Deze zijn in behandeling en alle indieners hebben daarover bericht gehad.

  • Is het wel waard om geld uit te geven aan E-noses terwijl zij toch niet juridisch geldig zijn?

Wij zijn van mening dat het wel de moeite waard is om geld uit te geven aan E-noses, op voorwaarde dat alle partijen het eens zijn over de uitgangspunten. Wij kunnen hiermee 100% van de tijd meten en dat levert een belangrijk bijdrage aan het krijgen van een compleet geurbeeld.

  • Kan een vergunning strakker worden bijgesteld? Is een revisie vergunning niet mogelijk vanwege de vele klachten die er zijn? Dit zou toch een normale gang van zaken zijn.

Een revisievergunning wordt aangevraagd als er sprake is van een verouderde vergunning, waar al meerdere wijzigingen op hebben plaatsgevonden. In dat geval worden alle vergunningen bij elkaar gevoegd tot één nieuwe vergunning. De vigerende vergunning van Noblesse is recent en actueel en de huidige aanvraag betreft de eerste aanpassing van de vergunning. Er is daarom geen aanleiding om een revisievergunning aan te laten vragen.

Een vergunning kan niet enkel en alleen naar aanleiding van klachten aangepast worden. De voorschriften van de vergunning kunnen alleen aangepast worden als er sprake is van andere en/of nieuwe omstandigheden ten opzichte van het moment waarop de vergunning werd verstrekt. Daarbij gaat het om bijvoorbeeld nieuwe inzichten op het gebied van volksgezondheid of nieuwe regelgeving van het Rijk of de Europese Unie. Daar is op dit moment geen sprake van.

  • Wat komt er eigenlijk precies uit de pijp van Noblesse ?

Het is bij processen zoals die bij Noblesse plaatsvinden altijd lastig te achterhalen welke stoffen exact vrijkomen. Uit een meting blijkt dat bij Noblesse in ieder geval NOx, SO² en Totaalstof uitgestoten wordt.

Wij hebben de GGD in 2012 gevraagd naar haar bevindingen over de uitstoot van Noblesse.  Volgens de GGD komen mogelijk nog ammoniak, zwavelhoudende stoffen, kooldioxide, alkanen, amines,  aldehydes en ketonen vrij. Ondanks dat veel van deze stoffen bij lage gehaltes goed te ruiken zijn, verwacht de GGD geen ernstige of blijvende gezondheidsklachten ten gevolge van blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Ook dit onderwerp zullen wij nogmaals voorleggen aan de GGD.

 

  • Waarom worden wij niet geloofd? Als er stank wordt geconstateerd, kan er dan iemand komen om het ook, direct, te ruiken?

Meldingen van stankoverlast worden altijd geloofd en geregistreerd.

Als daar aanleiding toe is, gaat er ook iemand van de RUD ter plaatse.

  • Technische innovatie is aanwezig, waarom wordt dit niet overgenomen?

Voor bespreking met Noblesse en stichting

  • Waarom kan er niets met filters gedaan worden

Voor bespreking met Noblesse en stichting

Nieuwe vragen:

  • De vraagstelling is vaak simpel, maar toch geen antwoord altijd. Hoe kan het dat uw collega’s die bij u zijn, geen antwoorden kunnen geven? Is er dan niemand binnen het gemeente bestuur die zich heeft verdiept in dit dossier?

De zaken die rondom Noblesse en het ETP terrein spelen, zijn vaak complex en omvatten meerdere disciplines. Deze kennis is niet allemaal bij één persoon of  één afdeling aanwezig.

  • In de milieuvergunning van de provincie staat dat er geen stank te verwachten is. Wat gaat de gemeente hiermee doen?

In de vergunning staat niet vermeld dat er geen stank te verwachten is. Sterker nog, de geurvoorschriften zijn zodanig geformuleerd dat er een bepaald percentage van de tijd wel geur te verwachten is.

In de oprichtingsvergunning, welke door de Gedeputeerde Staten van de provincie Drenthe is afgegeven, is aangegeven dat met de in de aanvraag overlegde gegevens een goed (reëel) beeld is gegeven van de geuremissie en – immissie van Noblesse. Met de getroffen maatregelen wordt in de omgeving van het bedrijf een acceptabel hinderniveau gerealiseerd. Uit het oogpunt van geur worden daarmee geen belemmeringen gezien om de gevraagde vergunning te verlenen.

Zoals al aangegeven is onze inzet voor de gesprekken met Noblesse dat zij meer doen dan binnen de norm van de vergunning blijven.

  • Betreft de uitbreidingsaanvraag van Noblesse, wat heeft Noblesse precies aangevraagd?

Er is geen sprake van een uitbreidingsaanvraag, het betreft een verandering op de oprichtingsvergunning. Zie bijlage met uitleg over de aangevraagde veranderingsvergunning. Deze uitleg is in een bijlage bij een brief op 16 juli 2014 aan de raad gestuurd en deze is in afschrift aan de stichting Veilig ETP gestuurd.

  • Hoe is het mogelijk dat het College de uitbreidingsaanvraag in eerste instantie zo klakkeloos goed  gekeurd heeft ? Terwijl er zoveel klachten zijn over overlast?

Het betreft geen uitbreidingsaanvraag maar een verandering van de oprichtingsvergunning. Deze is nog niet verleend, maar heeft ter inzage gelegen en de zienswijzen zijn op dit moment in behandeling.

 

  • Afgelopen zomer werd er ’s nachts afvalwater vervoerd, met lekkende auto’s. Mag dat allemaal zo maar? Mag dat ’s nachts en waarom gebeurt dit ’s nachts.

Noblesse heeft een vergunning om 24 uur per dag en 7 dagen per week in bedrijf te zijn.  Uiteraard mag afvalwater niet met lekkende auto’s, vervoerd worden, maar wij hebben daar op dat moment geen meldingen over gehad of dit geconstateerd. Wij kunnen nu niet meer vaststellen dat er sprake was van lekkende auto’s.

 

  • Wat voor fabrieken komen er nog meer die overlast veroorzaken en niet te kwantificeren zijn?

Wij informeren de stichting Veilig ETP regelmatig van ontwikkelingen op het ETP terrein, via een lijst waarop de ontwikkelingen worden bijgehouden.

Bedrijven die passen binnen de voorschriften van de beheersverordening en voldoen

aan de milieukaders mogen zich in principe op het ETP terrein vestige

 

 

Bijlage: veranderingsaanvraag Noblesse

 

het wijzigen en vergroten van de opslag van vetten (§5.1);NIEUW

De huidige interne vetopslag heeft een capaciteit van circa 100 ton. Hier worden nu buiten 2 vetopslagen van elk 800 ton bijgeplaatst. In totaal bedraagt de vetopslag dan 1.700 ton.

De opslag van vetten wordt vergroot in verband met het testen op de aanwezigheid van dioxine. Hierdoor moet het vet langer binnen de inrichting verblijven. De totale maximale verwerkingscapaciteit zoals deze is opgenomen in voorschrift 9.1.1 in de onderliggende omgevingsvergunning van 1 juni 2010 blijft gehandhaafd.

Let op: de onderdelen bouw en ontheffing van het bestemmingsplan maken geen onderdeel uit van deze aanvraag! Dit moet in een later stadium dus nog aangevraagd worden. De tanks zijn 8 meter hoog en het bestemmingsplan hanteert een maximale hoogte van 6 meter. Het is de keuze van het bedrijf om de zaak gescheiden aan te vragen. Het kan betekenen dat het milieudeel wel vergunbaar is en de bouw niet vergunbaar is.

– het realiseren van een buffer voor afvalwater (§6.2);NIEUW

Voor de opslag van afvalwater worden er buiten 4 tanks geplaatst van 125 m³ per stuk. Op dit moment staan er geen tanks. Deze tanks zijn bedoeld als buffer in geval het afvalwater niet aan Attero geleverd kan worden als gevolg van een calamiteit. Er is bufferruimte voor 12 uur. Indien na deze 12 uur de calamiteit bij Attero niet is verholpen zal het afvalwater alsnog worden afgevoerd per vrachtwagen.

– het plaatsen van een flashtank voor condensaat/water (§6.2);LEGALISATIE

Deze tank staat er al geruime tijd. De tank vangt condensaat op uit het proces. Het condensaat wordt gekoeld en geloosd op de bedrijfsriolering, die het afvoert naar de waterzuiveringsinstallatie van Attero.

– het plaatsen van een vernevelaar voor de condensor/koeler (§6.2);NIEUW

De inrichting beschikt al over een luchtgekoelde condensor, die nodig is om het condensaat zover mogelijk af te koelen. Op heel warme dagen blijkt dat voor deze condensor soms lastig te zijn. Op die dagen is het bevorderlijk dat er een waternevel wordt gesproeid over de condensor. Dit versnelt de verdamping en bevordert daarmee de afkoeling van het afvalwater. Daarmee ontstaat kouder afvalwater dat beter geschikt is voor de biologische zuivering van Attero.

– het wijzigen van de chemicaliënopslag (§9.2);NIEUW

In de aanvoerhal wordt een ruimte gerealiseerd voor de opslag van gevaarlijke stoffen. De maximaal aanwezige hoeveelheid zal niet groter zijn dan 10.000 kg, net als voorheen. Op dit moment heeft Noblesse geen aparte afgesloten ruimte voor de opslag van chemicaliën.

– de opslag van enkele LPG tanks (§9.2);NIEUW

Voor gebruik van een tweetal heftrucks zijn er maximaal 10 LPG tanks op het terrein aanwezig in een daarvoor bestemde kooi die voldoet aan de voorschriften voor de opslag van gevaarlijke stoffen (PGS 15). Deze tanks kunnen vol of leeg zijn, maximaal is er 400 liter (10 x 40) aanwezig.

– het actualiseren van de geluidsvoorschriften (§10.1): NIEUW

De bedrijfsactiviteiten van Noblesse hebben tot gevolg dat geluid wordt geproduceerd. Deze geluidsemissie wordt vooral bepaald door de luchtwassers, condensors, geluid via roosters van de productieruimte en de noodkoeler van afvalwater. Indirecte hinder is de geluids-belasting die wordt veroorzaakt door transportbewegingen van en naar de inrichting zolang de transportmiddelen zich op de openbare weg bevinden. De geluidsbelasting, de maximale geluidsniveaus en indirecte hinder passen binnen de geluidzone zoals die voor het ETP terrein geldt.

– het plaatsen van een luchtwasser/bevochtiger (§11.2);NIEUW

Om het rendement van het biofilter te verhogen is in de aanvoerleiding van de geurbelaste lucht een luchtwasser/bevochtiger geplaatst. Deze heeft als doel het afvangen van deeltjes en het afkoelen van de ingaande lucht, dit leidt tot een beter ontgeuringsresultaat in het biofilter.

– het plaatsen van een koelsysteem voor afvalwater (§11.2); LEGALISATIE (is al in werking n.a.v. ongewoon voorval);

Het afvalwater van Noblesse gaat naar de biologische zuivering van Attero. Voor de biomassa in de zuivering is een lagere temperatuur van het afvalwater van groot belang. Om die reden heeft Noblesse een koelsysteem geplaatst.

– het tijdelijk plaatsen van een stoomketel (§12.2);NIEUW

In de onderliggende oprichtingsvergunning is aangegeven dat Attero stoom levert aan Noblesse. In de gevallen dat Attero geen stoom kan leveren door onderhoud of een calamiteit zal gebruik worden gemaakt van een tijdelijke mobiele stoomketel.

– het opnemen van voorschriften met betrekking tot proefnemingen (§ 15.1);NIEUW

Noblesse wil graag – bij wijze van proef – alternatieve (proces)technieken, processen of grond-, hulp-, of brandstoffen toepassen die niet in de aanvraag zijn beschreven. Doel hiervan is het optimaliseren van  de processen, installaties en producten. Hiervoor moet vooraf schriftelijk toestemming worden verleend door het college. Dit is als zodanig opgenomen in de voorschriften, tezamen met randvoorwaarden waaraan moet worden voldaan.

admin • januari 10, 2015


Previous Post

Next Post

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *